Je bekijkt

Een blog post

Terug bij af

Ik ben gestopt. Een hele tijd geleden. Al twee jaar. Sinds vier maanden. Eén dag. Het is steeds een vrij wanhopige poging om alles wat me ’s nachts wakker houdt, alles dat pijn doet, jeukt en irriteert op te lossen en te genezen. Ik heb last van een winterdepressie en een ochtendhumeur. Ik worstel met een terugkerend en sinds kort ook in het oog lopend huidprobleem, daarnaast heb ik een gigantische midlifecrisis en regelmatig een algehele motivatiedip.
Dus eet ik sinds mensenheugenis suikervrij, en ben ik gestopt met het eten van koemelkproducten, ik eet zoveel mogelijk glutenvrij, ik ben gestopt met roken, en nu drink ik voorlopig ook even geen alcoholhoudende dranken meer.
Ik weiger me er bij neer te leggen dat het feit dat ik een groot deel van de tijd niet vooruit te branden ben een genetische afwijking of een karakterfout is. Dus moet het aan mijn voedingspatroon óf mijn directe omgeving liggen.
De stresshormonen gieren door mijn lijf als ik me vanuit mijn veilige appartementje op straat waag. De stad stinkt en maakt een gigantische hoeveelheid onbestemde herrie, bakfietsen blokkeren de snelste route naar de Eko-winkel, eenzame mannen met broeierige blikken sluipen bij donker over straat, het gemotoriseerde verkeer wurmt zich opgefokt door de te krap bemeten buurtstraten, in portieken hangende pubers wasemen testosteron en wietdampen. Het is kortom een angstaanjagende jungle voor de hoogsensitieve mens. Boodschappen doen is een uitputtende exercitie.
Het liefst zou ik daarom met mijn aangepaste voedingspatroon in het spreekwoordelijke hutje op de hei gaan wonen (met cv en stromend water) (en elektriciteit), met een paar (aaibare)beestjes om me heen. Dat is een onrealistische wens, maar ik ben de stad zat en dorpen zijn op hun manier ook doodeng.
Eerder heb ik me tijdelijk op een berg in Spanje in het oog van de storm kunnen terugtrekken, dat beviel me heel goed. Maar ik weet nu ook dat niet àlles vanzelf goed komt als je maar lang genoeg wacht. (Veel wel trouwens.)
Dus ben ik met hangende pootjes in de echte wereld teruggekeerd en moet ik voor nu afscheid nemen van een diepgeworteld verlangen en een grote liefde. Ik ga de strijd aan tegen de monsters onder mijn bed en op straat. Geen alcohol de komende maanden.